Hoe werkt je oor?

Je oor bestaat uit het buitenoor, het middenoor en het binnenoor.

Het buitenoor bestaat uit de oorschelpen, de uitwendige gehoorgang en het trommelvlies. De oorschelpen kunnen door hun speciale vorm heel goed geluiden opvangen. Geluid ontstaat door beweging of trilling van lucht. Hou je hand maar eens voor een luidspreker waar harde muziek uit komt. Je voelt dan dat het geluid de lucht laat trillen. Bewegende lucht gaat via de oorschelpen door een gangetje (de uitwendige gehoorgang) naar het trommelvlies. Het geluid botst tegen het trommelvlies, dat gaat daardoor ook trillen. Het trommelvlies is feitelijk de “schutting” of grens tussen middenoor en gehoorgang.

In het middenoor zitten de gehoorbeentjes. Dat zijn de kleinste botjes van je lichaam. Ze heten hamer, aambeeld en stijgbeugel. Deze botjes geven de trillingen van het trommelvlies aan elkaar door.

Het binnenoor lijkt op een slakkenhuis en is gevuld met een soort water, dat door de trillingen gaat bewegen. Op de wanden van het slakkenhuis zitten duizenden kleine haartjes. Die bewegen ook mee en geven de geluidstrillingen via de zenuwen door aan je hersenen. Dat gebeurt allemaal supersnel. En je hersenen? Die herkennen en begrijpen het geluid.

Dit is allemaal heel mooi weergegeven in een plaatje, te zien bij Hoe werkt je oor?